Blog

Als je de vragen leeft

on 18 september 2018

Deze week had ik een kennismakingsgesprek met een man van 78 jaar.

Zijn vrouw was dit jaar overleden en hij vroeg zich af waar ze was. Was er nog iets over van zijn vrouw nu zij geen lichaam meer had.  Hij had die vraag ook aan de dominee gesteld en die had geantwoord “ik weet het niet”. Hij was verbaasd dat dit hem goed deed.

Omdat hij blijkbaar een duidelijke ervaring had van wel en niet zijn vroeg ik hem te vertellen wanneer hij voor het laatst zijn vrouw had ervaren. “Ze was al dood, toen ik binnenkwam. Ik ben naast haar gaan zitten en ik heb haar hoofd gevoeld. Daar was het al koud. En ik ben op zoek gegaan naar een plekje waar ze nog wel warm was. Daar heb ik mijn hand gelegd. En als het daar koud werd, heb ik weer een ander warm plekje gezocht. Ze was echt weg toen ik nergens meer een warm plekje kon vinden”.

Het ontroerde mij. Het zoeken naar de aanwezigheid van zijn vrouw tot ze helemaal afwezig was. Zo’n blijk van liefde en diepe verbondenheid.

Ik kon hem geen antwoord geven op zijn vraag. En ik herinnerde mij een gedicht van Reiner Maria Rilke.

Ik citeer 2 coupletten

Men moet geduld hebben
met onopgeloste zaken in het hart
en proberen de vragen zelf te koesteren
als gesloten kamers
en als boeken
die in een zeer vreemde taal geschreven zijn.

Het komt erop aan alles te leven.
Als je de vragen leeft,
leef je misschien langzaam maar zeker,
zonder het te merken,
op een goede dag
het antwoord in.

Frances NuijenAls je de vragen leeft

Join the conversation